/

March 1, 2026

5. De kracht van 9 cent

Aflevering 5 van de reeks van 10 artikelen

In deze reeks over sturen op gedrag gaat het vandaag over een verrassend klein getal.

Toen de cijfers op tafel lagen, was de eerste reactie vaak ongeloof. Niet omdat het effect klein was, maar omdat het bedrag dat eraan ten grondslag lag zo gering was. De gemiddelde beloning voor bewoners die hun auto niet op straat parkeerden, maar in de garage, bedroeg circa €0,09 per dag. Geen euro’s. Geen substantiële korting. Een bedrag dat in veel beleidsdiscussies als verwaarloosbaar wordt beschouwd.

Toch was dit precies het verschil tussen wel en geen gedragsverandering.

De vergelijking met de proef aan de Laan van NOI maakt dat scherp. Daar werd parkeercapaciteit beschikbaar gesteld zonder beloning of arrangement. De infrastructuur was aanwezig, maar het gedrag bleef gelijk. In de bewonerspilot bij het World Forum werd dezelfde stap gezet, maar nu mét een kleine beloning. Het effect was direct zichtbaar in de data.

Het gaat hier niet om de koopkracht van negen cent. Het gaat om de functie van de beloning in het systeem. De beloning fungeerde als signaal. Niet moreel, maar operationeel. Wie gewenst gedrag vertoonde, werd herkend door het systeem. Parkeren werd daarmee niet langer alleen een recht gekoppeld aan bezit, maar een keuze gekoppeld aan gebruik.

De reserveringsdata onderstrepen dit. Bewoners maakten hun reserveringen vooruit. Vaak voor meerdere aaneengesloten dagen. Het parkeren op afstand werd onderdeel van de weekplanning. Daarmee verdween het incidentele karakter. De beloning werkte niet als een impuls, maar als een verankering van nieuw gedrag. Zonder beloning bleef dat mechanisme uit, zoals bij de eerdere proef bleek.

Belangrijk is ook wat níét gebeurde. De beloning leidde niet tot overgebruik of strategisch misbruik. Er ontstond geen piek op ongewenste momenten. Het gebruik bleef geconcentreerd op avonden, weekenden en specifieke doordeweekse dagen. De beloning versterkte bestaand rationeel gedrag, in plaats van het te vervormen.

In financiële zin is het effect opmerkelijk. Over de volledige looptijd van de pilot ging het om enkele honderden euro’s aan beloningen in totaal. Daartegenover stond een structureel hoge benutting van bestaande parkeercapaciteit en een aantoonbare vermindering van piekdruk in woonstraten. In verhouding tot de kosten van één nieuwe parkeerplaats — €40.000 tot €60.000 — is dit verschil niet relevant, maar ontregelend.

De les is niet dat belonen altijd nodig is, of dat elk probleem met geld kan worden opgelost. De les is dat kleine prikkels grote effecten kunnen hebben, mits zij op het juiste moment worden ingezet en onderdeel zijn van een samenhangend arrangement. Zonder arrangement is een beloning betekenisloos. Zonder beloning blijft een arrangement abstract.

Met deze constatering verschoof het perspectief opnieuw. Het ging niet langer over parkeren als voorziening, maar over parkeren als sturingsinstrument. En daarmee kwam de vraag op tafel die verder reikt dan deze pilot.

Als negen cent per dag voldoende is om gedrag te verankeren, dan is de volgende vraag niet hoeveel we moeten belonen, maar waar de grens van het redelijke gedrag eigenlijk ligt. Die grens bleek minder ver weg dan vaak wordt aangenomen.


Vorige artikel:
De proef

Volgend artikel:
De mythe van ‘te ver’